Wachttijden in de ggz zijn nu openbaar
- Ben van Harten

- 3 aug
- 5 minuten om te lezen

Over wachttijden in de ggz heeft iedereen een mening. De krant, de politiek, de verjaardag van je schoonzus. Het enige wat al die meningen gemeen hadden: niemand had betrouwbare cijfers. Wachttijden werden handmatig aangeleverd, ieder met een eigen definitie, en de optelsom was vooral een schatting met een officieel randje.
Dat tijdperk is voorbij. Nederland lost problemen graag op met een dashboard, en nu is de ggz aan de beurt. Sinds 6 juli staat er een landelijk overzicht van Vektis online dat wachttijden berekent uit declaratiedata. Niet uit wat aanbieders zelf opgeven, maar uit wat er daadwerkelijk gedeclareerd is: de tijd tussen verwijzing en intake, en tussen intake en start van de behandeling. Van alle ggz-aanbieders. Dus ook van jouw praktijk.
Het klinkt als beleidsnieuws, iets voor de mensen met de dikke rapporten. Maar dit raakt direct hoe zorgverzekeraars, en straks huisartsen, naar jouw praktijk kijken. Het verklaart bovendien waarom er sinds januari opeens een verwijsdatum op je declaratie moet staan.
Van maandelijks formulier naar automatische meting
Jarenlang leverden ggz-aanbieders hun wachttijden handmatig aan bij de NZa. Iedere maand een formulier, en iedereen die weleens zo'n formulier heeft ingevuld weet hoe dat gaat: de een telt vanaf het eerste telefoontje, de ander vanaf de intake, en de derde vult in wat er vorige maand ook stond. Sturen op die cijfers was sturen op mist.
De nieuwe werkwijze van de NZa draait het om. De wachttijd wordt voortaan automatisch afgeleid uit declaratiedata, met de verwijsdatum als startpunt. Daarom is die verwijsdatum sinds 1 januari 2026 verplicht op elke declaratie, ook bij behandelingen die al liepen. Voor praktijken met één vestiging is de handmatige aanlevering daarmee vervallen. Aanbieders met meerdere vestigingen volgen in 2027.
Laten we het positieve niet overslaan: dit is simpelweg minder administratie. Geen maandelijkse aanlevering, geen apart portaal, geen dubbele registratie. De wachttijd rolt vanzelf uit je declaraties.
Er hoort alleen wel een nieuwe realiteit bij. Je wachttijden zijn geen intern gegeven meer. Ze staan in een dashboard dat is ontwikkeld door Vektis, de NZa, MIND, de Nederlandse ggz, MEER GGZ, de LVVP, VWS en Zorgverzekeraars Nederland samen, uitsplitsbaar naar diagnosegroep, regio en type aanbieder. Zoveel logo's op één product, dan weet je dat het serieus is.
De cijfers die iedereen nu kan zien
Bij de lancering werd meteen duidelijk waarom dit onderwerp zo gevoelig ligt. Ruim de helft van de patiënten start binnen de Treeknorm van veertien weken na verwijzing. Dat betekent dus ook: bijna de helft niet. Zo'n tachtig procent begint binnen zes maanden, en ongeveer vijf procent wacht langer dan een jaar. De langste wachttijden zitten bij ADHD en andere neurobiologische ontwikkelingsstoornissen.
Nieuw is niet dat het knelt. Nieuw is dat het voor het eerst geen schattingen zijn, maar cijfers uit werkelijke zorgtrajecten, voor iedereen te bekijken per regio en diagnosegroep.
Waarom dit jouw praktijk raakt, ook met een korte wachtlijst
De verleiding is om te denken: mooi, minder aanleverwerk, mijn wachttijden zijn prima, volgende onderwerp. Was het maar zo simpel.
Om te beginnen is je registratie nu letterlijk je wachttijd. De berekening staat of valt met de verwijsdatum op je declaratie en de aanmelddatum in je EPD. Klopt die registratie niet, dan klopt jouw wachttijd in het dashboard niet, en sta je er langzamer of juist verdacht snel op dan je bent. Op dit moment bevat zo'n zeventig procent van de zorgtrajecten een verwijsdatum; de NZa verwacht dat dit in 2026 naar vijfennegentig procent of hoger gaat. De praktijken die achterblijven vallen op, en niet op de goede manier.
Verzekeraars kijken bovendien actief mee. Ze gebruiken de data voor wachtlijstbemiddeling en zorginkoop, en voor gesprekken met individuele aanbieders over toegankelijkheid. Nu de contractering voor 2027 loopt, is dat geen abstractie: een aanbieder met korte, aantoonbare wachttijden voert een ander gesprek aan tafel dan een aanbieder met rommelige data.
En dan de huisartsen. Het plan is om de wachttijdinformatie ook voor verwijzers beschikbaar te maken. Een huisarts die kan zien dat jouw praktijk voor angstklachten binnen zes weken een intake doet, hoeft niet meer te gokken. Een korte wachttijd wordt daarmee zichtbaar concurrentievoordeel, zonder dat je er een folder voor hoeft te drukken.
De registratieregels op een rij
De regels zelf zijn overzichtelijk, maar ze luisteren nauw:
Verwijsdatum: de datum waarop de verwijzer de verwijzing heeft opgesteld. Deze staat op de verwijsbrief en moet sinds 1 januari 2026 op elke declaratie staan.
Aanmelddatum: de datum waarop de patiënt zich bij jouw praktijk meldt. Deze registreer je in je EPD, en mag nooit vóór de verwijsdatum liggen.
Geldige verwijzing eerst: neem alleen aanmeldingen aan van patiënten met een geldige verwijsbrief. Zo voorkom je datavervuiling en discussie achteraf.
Vanaf eind 2026: registratie op het niveau van de behandellocatie, als voorbereiding op de uitbreiding naar meervestigingsaanbieders in 2027.
Wat je deze maand concreet doet
Geen project van weken. Vier dingen, in een middag geregeld.
Check je lopende dossiers. Staat bij al je actieve behandelingen een verwijsdatum geregistreerd? De verplichting geldt ook voor trajecten die vóór 2026 zijn gestart.
Leg je aanmeldproces vast. Spreek af wanneer je de aanmelddatum registreert, namelijk bij het eerste contact, en controleer dat die datum logisch volgt op de verwijsdatum.
Bekijk je eigen cijfers in het dashboard. Zoek je regio en diagnosegroepen op. Dit is wat verzekeraars en straks huisartsen zien. Klopt het beeld met de werkelijkheid van je praktijk?
Gebruik je wachttijd in je contractgesprekken. Zit je onder de Treeknorm? Dan is dat vanaf nu een aantoonbaar, landelijk vergelijkbaar cijfer. Laat het niet onbenoemd in je contractering voor 2027.
De rode draad is dezelfde als bij de tariefaanpassingen van deze zomer: je administratie is niet langer iets wat je achteraf bijwerkt, maar de bron waarop anderen jouw praktijk beoordelen. Goed vastleggen aan de voorkant is het hele werk.
Veelgestelde vragen
Moet ik nog wachttijden aanleveren bij de NZa?
Nee. Voor praktijken met één vestiging is de handmatige aanlevering per 2026 vervallen. Je wachttijden worden automatisch afgeleid uit je declaratiedata. Aanbieders met meerdere vestigingen stappen in 2027 over.
Wat gebeurt er als de verwijsdatum op mijn declaratie ontbreekt?
Zonder verwijsdatum voldoet je declaratie niet aan de NZa-regelgeving voor 2026 en telt het traject niet goed mee in de wachttijdberekening. Controleer dus dat je EPD de verwijsdatum meestuurt op elke declaratie, ook bij lopende behandelingen.
Waar vind ik het wachttijdendashboard?
Het dashboard is ontwikkeld door Vektis en sinds 6 juli 2026 openbaar. Je kunt wachttijden bekijken per diagnosegroep, regio en type aanbieder, zowel gemiddelden als medianen.
Telt de wachttijd vanaf verwijzing of vanaf aanmelding?
Het dashboard meet twee stukken: van verwijsdatum tot intake, en van intake tot start van de behandeling. Daarom zijn beide datums, de verwijsdatum én de aanmelddatum, belangrijk in je registratie.



Opmerkingen