Datagedreven ggz voor vrijgevestigden: wat je eigen cijfers je opleveren
- Ben van Harten

- 4 uur geleden
- 4 minuten om te lezen

Je registreert je suf. Diagnose, ROM-momenten, behandelplan, evaluaties, afsluitreden. En dan? Dan verdwijnt het in je EPD en zie je er nooit meer iets van terug, behalve als de zorgverzekeraar of een uitvraag erom vraagt.
Dat is zonde. Want precies diezelfde gegevens kunnen jou vertellen wat er in je praktijk gebeurt. Niet als afrekening, maar als spiegel.
De opdracht is niet meer vrijblijvend
De afspraken uit het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord zijn duidelijk: de ggz moet kwaliteit zichtbaar maken en verbeteren op basis van data. Behandelduur, effect, wanneer je afrondt, welke zorg bij welke klacht past. Dat gebeurt niet meer op basis van gevoel of goede bedoelingen.
Voor grote instellingen is dat te overzien. Die hebben een kwaliteitsafdeling, een informatieanalist en iemand die weet hoe je een export in elkaar zet. Bij een vrijgevestigde praktijk ben jij die afdeling. Tussen twee sessies door, met een agenda die al vol zit.
Daar zit de echte vraag: hoe zorg je dat datagedreven werken jou iets oplevert in plaats van dat het er als taak bovenop komt?
Waarom de weerstand terecht is
Even eerlijk over het ongemak. De ggz heeft een geschiedenis met landelijk verzamelen van uitkomstdata die niet goed is afgelopen. De landelijke benchmark liep vast op privacy, en het wantrouwen dat daaruit ontstond zit er nog steeds in.
Daar komen drie reële bezwaren bij:
De grondslag. Voor het aanleveren van herleidbare gegevens is een juridische basis nodig. Toestemming van een patiënt in een behandelrelatie is kwetsbaar, want die moet echt vrij zijn gegeven.
De regeldruk. Elke minuut die je kwijt bent aan een uitvraag is een minuut die niet naar zorg gaat.
De schandpaal. Zodra cijfers een ranglijst worden, ga je defensief registreren in plaats van eerlijk.
Die bezwaren verdwijnen niet als je ze negeert. Maar ze zijn ook geen reden om je eigen cijfers dan maar helemaal niet te bekijken. Er zit een verschil tussen data die naar boven gaat en data die naar jou terugkomt.
Spiegelinformatie is geen ranglijst
Spiegelinformatie betekent simpelweg: jouw cijfers naast die van vergelijkbare collega's. Niet om te bepalen wie de beste is, maar om te zien waar jij afwijkt en waarom.
Stel dat je behandeltrajecten bij angstklachten gemiddeld drie maanden langer duren dan bij collega's met een vergelijkbare praktijk. Dat zegt op zichzelf niets. Misschien zie jij complexere patiënten. Misschien ben je grondiger. Misschien loop je te lang door omdat afronden lastig is en niemand je daar ooit iets over vraagt.
Het punt is dat je die vraag pas kunt stellen als je het ziet. En dat je hem het beste stelt in je intervisiegroep, niet in een verantwoordingsformulier.
Diezelfde logica werkt binnen je eigen praktijk. Een paar vragen die je met je eigen registratie kunt beantwoorden:
Hoe lang duurt een traject gemiddeld, uitgesplitst naar hoofddiagnose?
Bij welke groep loopt de behandelduur structureel uit?
Hoeveel trajecten eindigen zonder duidelijke afsluitreden of met voortijdige uitval?
Wat is je feitelijke wachttijd, niet je geschatte?
Hoeveel no-shows heb je en zitten die geconcentreerd bij bepaalde dagdelen of doelgroepen?
Geen van deze vragen vraagt om een landelijk datawarehouse. Ze vragen om een EPD dat je eigen gegevens teruggeeft.
Drie dingen die je nu al kunt doen
1. Registreer schoon aan de bron. Datakwaliteit ontstaat op het moment dat je iets vastlegt, niet achteraf. Een consequente afsluitreden en een ingevuld ROM-moment zijn later het verschil tussen een bruikbaar overzicht en een berg ruis. Kies één manier van vastleggen en houd je eraan.
2. Kijk één keer per kwartaal. Zet een uur in je agenda. Niet meer. Bekijk behandelduur, uitval en wachttijd en schrijf één observatie op. Niet twintig.
3. Breng het mee naar je intervisie. Cijfers zonder gesprek veranderen niets. Het gesprek is waar het leren gebeurt, de cijfers zijn alleen de aanleiding.
Wat je van je EPD-leverancier mag verwachten
Hier zit een deel van het probleem dat niet bij jou ligt. Data aanleveren gaat in de ggz moeizaam omdat systemen verschillend zijn opgebouwd en gegevens er niet zonder gedoe uit komen. Dat wordt vaak neergelegd bij de behandelaar, in de vorm van nog een uitvraag, nog een lijstje, nog een export.
Dat hoort andersom te werken. Een EPD zou de gegevens die je toch al vastlegt moeten omzetten in iets waar je zelf naar kunt kijken, zonder dat je een Excel-avond nodig hebt. En het zou aanlevering aan derden zo moeten regelen dat jij er niets van merkt, binnen de kaders die de wet stelt.
Dat is precies waarom we Scrivio hebben gebouwd zoals we het hebben gebouwd: een EPD voor vrijgevestigde en kleine ggz-praktijken waarin registratie zo min mogelijk tijd kost en je eigen cijfers gewoon zichtbaar zijn. Geen module die je erbij koopt, geen consultant die een rapportage voor je bouwt.
Tot slot
De sector gaat richting een lerend netwerk waarin data de basis is voor beleid, tarieven en kwaliteit. Dat gebeurt met of zonder jouw praktijk. Het verschil is of je straks alleen aanlevert, of dat je er zelf ook slimmer van wordt.
Begin klein. Kijk naar je eigen cijfers, bespreek er één met een collega en zie wat er gebeurt.
Veelgestelde vragen
Wat is spiegelinformatie in de ggz? Spiegelinformatie is een overzicht van je eigen behandelgegevens naast die van vergelijkbare praktijken of collega's. Denk aan behandelduur, uitval en afrondingsmomenten. Het doel is leren en bijsturen, niet beoordelen of afrekenen.
Moet ik als vrijgevestigde behandelaar ROM-data aanleveren? Aanlevering van uitkomstdata is onderdeel van de afspraken over kwaliteitstransparantie in de ggz. Wat er precies van jouw praktijk wordt gevraagd hangt af van je contracten en je beroepsvereniging. Los daarvan is ROM-data ook voor je eigen praktijkvoering bruikbaar.
Kost datagedreven werken niet juist extra tijd? Alleen als het als losse taak bovenop je werk komt. Als de gegevens die je toch al vastlegt automatisch terugkomen in een overzicht, kost het je een uur per kwartaal in plaats van een avond per maand.
Hoe zit het met privacy bij het delen van behandelgegevens? Voor het aanleveren van gegevens is een juridische grondslag nodig, en toestemming binnen een behandelrelatie is daarvoor kwetsbaar. Kijk daarom altijd naar de grondslag en naar de vraag of gegevens herleidbaar zijn. Voor je eigen praktijkoverzichten speelt dit niet, want die verlaten je praktijk niet.



Opmerkingen