top of page

Het zorgprestatiemodel uitgelegd: zo declareer je zonder afwijzingen

  • Foto van schrijver: Ben van Harten
    Ben van Harten
  • 2 dagen geleden
  • 8 minuten om te lezen

Het is de laatste week van de maand. Je agenda zat vol, je hebt je cliënten gezien, en dan komt het stukje waar niemand voor in de zorg is gaan werken: de declaraties eruit. Je klikt op verzenden en je hoopt maar dat alles klopt. Twee weken later ploppen er drie afwijzingen terug in VECOZO. Een verkeerd consulttype, een profiel dat ontbreekt, een verwijsdatum die er niet in staat.


Herkenbaar? Je bent niet de enige. Het zorgprestatiemodel, sinds 2022 de manier waarop de GGZ wordt betaald, is bedoeld om alles simpeler te maken. En op papier is het dat ook. Maar in de praktijk struikelen veel vrijgevestigden over dezelfde details. In deze gids leggen we het zorgprestatiemodel rustig uit in gewone taal. Hoe het werkt, wat je tarief bepaalt, en vooral hoe je voorkomt dat je declaraties worden afgewezen.


Wat is het zorgprestatiemodel?

Het zorgprestatiemodel, kortweg ZPM, is sinds 1 januari 2022 de bekostiging voor de geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg. Het verving in één keer de oude systemen: de prestaties voor de basis-ggz, de DB(B)C's en de ZZP's.


De gedachte erachter is in één zin te vatten. Eenvoudige regels en duidelijke nota's. Een cliënt moet op de rekening kunnen zien welke zorg hij precies heeft gehad. Jij moet minder tijd kwijt zijn aan registreren. En de vergoeding moet passen bij de zorg die je echt levert.

Waar je vroeger een heel behandeltraject moest dichttimmeren in een DBC die soms over de jaargrens heen liep, reken je nu af per consult. Simpel gezegd: je factureert wat er op die dag, in die afspraak, is gebeurd. Niet meer, niet minder.


De bouwstenen: uit welke prestaties bestaat het ZPM?

Het model kent een handvol prestaties. Voor de meeste vrijgevestigde praktijken draait het om deze vijf.


Een consult diagnostiek gaat over alles wat met onderzoek te maken heeft: de intake, testdiagnostiek, het stellen van een diagnose en het opstellen van een behandelplan. Een consult behandeling is de daadwerkelijke behandelsessie met je cliënt. Bij een groepsconsult doe je diagnostiek of behandeling in groepsverband, waarbij het tarief per deelnemer daalt naarmate de groep groter wordt. Intercollegiaal overleg is overleg met een andere zorgverlener over je cliënt, en dat mag je als vrijgevestigde apart declareren vanaf vijf minuten. En de reistoeslag gebruik je als je naar de cliënt toe reist in plaats van andersom.


Daarnaast bestaan er nog overige prestaties voor bijzondere onderdelen, zoals medicatie die apart wordt vergoed. Spravato is daar per 2026 een voorbeeld van geworden. Verblijfsprestaties bestaan ook, maar die zijn vooral relevant voor klinische settings, dus die laten we hier verder rusten.


Wat bepaalt je tarief?

Dit is het punt waar het voor veel mensen abstract wordt, dus laten we het concreet maken. Het tarief van een consult wordt bepaald door vier factoren. Zie het als vier knoppen die samen de prijs vaststellen.


De eerste knop is de setting, oftewel de context waarin je werkt. Een vrijgevestigde, monodisciplinaire ambulante praktijk valt onder setting 1. De setting zegt iets over de organisatie eromheen, niet over jou als persoon. De tweede knop is het type consult: diagnostiek of behandeling, waarbij diagnostiek doorgaans iets hoger ligt. De derde knop is het beroep van de behandelaar. Een gz-psycholoog heeft een ander tarief dan een psychotherapeut of een klinisch psycholoog, en het gaat om wie het consult daadwerkelijk uitvoert. De vierde knop is de duur, in stappen van 5, 15, 30, 45, 60, 75, 90 of 120 minuten.

Draai aan één knop en het tarief verandert mee. Een behandelconsult van 45 minuten door een gz-psycholoog is een ander bedrag dan een diagnostiekconsult van 60 minuten door diezelfde persoon.


Een paar concrete tarieven voor 2026

Om het tastbaar te maken, hier een greep uit de NZa-maximumtarieven voor 2026 in setting 1 (ambulant, monodisciplinair), uitgevoerd door een gz-psycholoog:

  • Consult diagnostiek, 45 minuten: €174,83

  • Consult diagnostiek, 60 minuten: €200,99

  • Consult behandeling, 30 minuten: €105,30

  • Consult behandeling, 45 minuten: €149,82

  • Consult behandeling, 60 minuten: €177,89

  • Intercollegiaal overleg vanaf 5 minuten: €32,50

  • Reistoeslag tot 25 minuten: €37,43


Let op dat dit maximumtarieven zijn. Wat je daadwerkelijk vergoed krijgt, hangt af van je contract met de zorgverzekeraar, of van je restitutiepolis als je ongecontracteerd werkt. Voor het exacte bedrag bij jouw setting, beroep en consultduur gebruik je de tarievenzoeker van de NZa. Het beeld dat blijft hangen is dit: de knoppen bepalen de prijs, en het is jouw registratie die die knoppen instelt.


Planning is realisatie: het einde van het minutenschrijven

Een van de grootste veranderingen die het zorgprestatiemodel bracht, is het principe dat "planning is realisatie" heet. In gewone taal: je mag een consult declareren op basis van wat je in je agenda hebt gepland, en niet op basis van een stopwatch die je bij elke afspraak indrukt.


Plan je een sessie van 45 minuten? Dan declareer je een consult van 45 minuten, ook als het in werkelijkheid 43 of 48 minuten werd. Pas als de echte tijd meer dan 15 minuten afwijkt van je planning, pas je het consult aan naar de werkelijke duur. Loopt een sessie van 45 minuten dus uit tot een uur en tien? Dan corrigeer je. Kleine schommelingen daarbinnen laat je met een gerust hart staan.


Daar hoort wel een spelregel bij. Je agenda moet realistisch zijn en gemiddeld genomen kloppen. Zorgverzekeraars mogen daarop toetsen. Het is dus geen vrijbrief om standaard ruimer te plannen dan je werkt.


Nog iets prettigs: je indirecte tijd hoef je niet meer apart weg te schrijven. Vroeger registreerde je je verslaglegging, je mailtjes en je administratie los. Dat is verleden tijd. Die tijd zit als opslag verwerkt in het tarief van je directe, cliëntgebonden tijd. Het uitwerken van je verslag na de sessie tel je dus niet apart mee. Precies daar zit een groot deel van de beloofde lastenverlichting.


Zorgvraagtypering: het stukje dat vaak vragen oproept

Naast het consult zelf hoort bij het zorgprestatiemodel ook de zorgvraagtypering. Dat is een inschatting van hoe complex en zwaar de zorgvraag van je cliënt is, uitgedrukt in een zorgvraagtype.


Hoe werkt dat in de praktijk? De regiebehandelaar bepaalt het zorgvraagtype, geholpen door de HoNOS+. Dat is een gestandaardiseerde vragenlijst die de ernst van de klachten in kaart brengt. Dat zorgvraagtype komt vervolgens op de nota, zodat inzichtelijk is welk type zorg is geleverd.


Belangrijk om te weten is dat de zorgvraagtypering niet alleen iets is voor op de factuur. Je bent ook verplicht om deze gegevens periodiek, twee keer per jaar, aan te leveren aan de NZa. Alleen de NZa-tool gebruiken om een type te bepalen is daarvoor niet genoeg, want die bewaart de onderliggende gegevens niet. Je hebt dus een systeem nodig dat de zorgvraagtypering vastlegt en de aanlevering voor je regelt.


Waarom worden declaraties afgewezen? De klassiekers

Nu komen we bij het hart van de frustratie. Het zorgprestatiemodel is streng op vormfouten. Eén veld dat ontbreekt en de hele declaratie ketst terug. Dit zijn de vier meest voorkomende oorzaken bij vrijgevestigden.


De eerste gaat over de gz-psycholoog als regiebehandelaar in de gespecialiseerde ggz. Een gz-psycholoog mag in de vrijgevestigde setting alleen regiebehandelaar zijn in de generalistische basis-ggz, dus niet in de gespecialiseerde ggz. Staat dat verkeerd, dan volgt een afwijzing.


De tweede is een ontbrekend gb-ggz-profiel. Bij een declaratie in de basis-ggz is het vermelden van dat profiel op de factuur verplicht. Ontbreekt het, dan wordt de factuur afgewezen.


De derde is een ontbrekende DSM-hoofdgroep. Bij gespecialiseerde ggz moet die op de nota staan. Ontbreekt hij, dan gaat de declaratie eruit. Er is één uitzondering: als je cliënt vóór de eerste maandfactuur een privacyverklaring heeft afgegeven, mag de DSM-informatie weg.

De vierde is nieuw sinds 2026, namelijk de verwijsdatum. Die is voortaan verplicht op elke declaratie. Dat komt voort uit het Integraal Zorgakkoord, dat beter zicht wil op wachttijden. Vergeet je hem, dan loop je tegen een afwijzing aan.


Zie je de rode draad? Het zijn bijna nooit inhoudelijke fouten. Het zijn ontbrekende of verkeerd ingestelde velden. En dat is precies het soort fout dat je software voor je zou moeten afvangen. Daarover zo meer.


Wat verandert er in 2026?

Het zorgprestatiemodel wordt elk jaar bijgeschaafd. De belangrijkste wijzigingen voor 2026 op een rij:

  • De verwijsdatum is verplicht op alle declaraties, voor beter inzicht in wachttijden.

  • Spravato wordt een losse prestatie in plaats van een toeslag op een consult.

  • De transitieprestatie uit de overgang naar het ZPM en Verblijf met rechtvaardigingsgrond vervallen.

  • DSM-5-licenties regel je voortaan zelf bij de uitgever of via een collectieve inkoop van je beroepsvereniging, want de centrale inkoop door de overheid stopt.

  • De zorgvraagtypering, consulten, tijdseenheden en settings blijven inhoudelijk hetzelfde.


En met het oog op de cliënt is het goed om het eigen risico te noemen. In 2026 blijft dat €385. Voor 2027 ligt er een voorstel om het te verhogen naar €460, al is dat op het moment van schrijven nog geen wet. Dat is relevant, want psychologische behandelingen vallen onder het eigen risico en tikken al snel aan. En omdat een consult telt in het jaar waarin het plaatsvindt, kan een traject dat over de jaarwisseling loopt in twee kalenderjaren het eigen risico raken. Daar rekent je cliënt niet altijd op, dus het is fijn als je het even benoemt.


Minder administratie: waar het ZPM voor bedoeld was

Het zorgprestatiemodel is ontworpen om de registratielast te verlagen. Geen minuten meer schrijven, geen trajecten meer die je een jaar later nog moet afsluiten. Toch ervaren veel behandelaren nog steeds flinke regeldruk. Niet voor niets loopt er vanuit het Integraal Zorgakkoord een experiment om het tijdschrijven in de gespecialiseerde ggz verder te verlichten.


Het verschil zit hem grotendeels in je systeem. Een EPD dat het zorgprestatiemodel echt begrijpt, doet het zware werk voor je. Het kiest automatisch het juiste consult en tarief op basis van setting, beroep en geplande duur. Het legt de zorgvraagtypering vast en regelt de halfjaarlijkse aanlevering aan de NZa. Het dwingt de verplichte velden af, zoals het gb-ggz-profiel, de DSM-hoofdgroep en de verwijsdatum, zodat een declaratie niet de deur uit kan met een gat erin. En het werkt volgens "planning is realisatie", zodat je agenda meteen je registratie is.


Zo wordt die laatste week van de maand geen zoekplaatje meer, maar gewoon een kwestie van controleren en verzenden.


Bij Scrivio hebben we het EPD precies zo gebouwd. Gemaakt voor de vrijgevestigde GGZ, met het zorgprestatiemodel volledig ingebakken, voor €59 per maand en zonder gedoe. Minder tijd aan administratie, meer tijd voor je cliënt. Wil je zien hoe dat er voor jouw praktijk uitziet? Plan een demo en we laten het je zien.


Veelgestelde vragen over het zorgprestatiemodel

Wat is het zorgprestatiemodel in het kort? Het zorgprestatiemodel (ZPM) is sinds 2022 de bekostiging voor de GGZ en de forensische zorg. Je declareert per consult, waarbij setting, type consult, beroep en duur samen het tarief bepalen. Het verving de basis-ggz-prestaties, de DB(B)C's en de ZZP's.

Wat is het verschil tussen een diagnostiek- en een behandelconsult? Een diagnostiekconsult draait om onderzoek: de intake, testen, de diagnose en het behandelplan. Een behandelconsult is de daadwerkelijke behandeling. Diagnostiek kent doorgaans een iets hoger tarief.


Moet ik nog steeds mijn tijd bijhouden per minuut? Nee. Dankzij het principe "planning is realisatie" declareer je op basis van je agendaplanning. Alleen als de werkelijke tijd meer dan 15 minuten afwijkt, pas je het consult aan.

Waarom wordt mijn declaratie afgewezen? Meestal door een vormfout: een ontbrekend gb-ggz-profiel, een ontbrekende DSM-hoofdgroep, een verkeerd ingezette regiebehandelaar of, sinds 2026, een ontbrekende verwijsdatum. Een goed EPD vangt deze fouten vooraf af.

Wat is zorgvraagtypering? Een inschatting van de zwaarte van de zorgvraag, bepaald door de regiebehandelaar met behulp van de HoNOS+. Het zorgvraagtype komt op de nota en moet twee keer per jaar worden aangeleverd aan de NZa.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page