De verkeerde diagnose
- Ben van Harten

- 7 jun
- 4 minuten om te lezen

Het kabinet wil de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg afschaffen om de GGZ te "redden". Daarmee behandelt het een symptoom en laat het de ziekte ongemoeid.
Op 1 juni 2026 stuurde minister Sophie Hermans (VWS) haar Kamerbrief Stand van zaken eerlijk speelveld naar de Tweede Kamer. De boodschap: het kabinet werkt aan het volledig afschaffen van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg, zodat zorgverzekeraars via hun contracten "passende zorg kunnen afdwingen". Het wetsvoorstel gaat naar verwachting eind 2027 naar de Kamer; invoering is voorzien per 2029.
Het klinkt als een technische ingreep in artikel 13 van de Zorgverzekeringswet. Dat is het ook. Maar de gevolgen zijn allesbehalve technisch. Wie vandaag bewust kiest voor een psycholoog of psychiater zónder contract, vanwege het juiste specialisme, de juiste aanpak, of simpelweg omdat daar wél plek is, krijgt straks de hele rekening zelf gepresenteerd. De vrije keuze van behandelaar, een van de fundamenten onder ons stelsel, wordt zo voor een groot deel van Nederland onbetaalbaar.
En het pijnlijkste: het lost het werkelijke probleem niet op.
Een symptoom, geen ziekte
Laten we beginnen bij de feiten, want die ontbreken opvallend vaak in dit debat. Niet-gecontracteerde GGZ is klein. Volgens cijfers van Vektis ging het in 2024 om zo'n 6,8 procent van de totale zorgkosten in de sector, een aandeel dat al jaren stabiel is en niet explosief groeit, zoals soms wordt gesuggereerd.
Belangrijker nog: het is niet duurder of slechter. Onderzoek dat het ministerie van VWS zélf liet uitvoeren, laat zien dat de zorg van niet-gecontracteerde aanbieders gemiddeld niet ondoelmatiger of van mindere kwaliteit is. De variatie tussen gecontracteerde aanbieders onderling is net zo groot als die tussen wél en niet gecontracteerd. Er is, kortom, geen feitelijk fundament onder het beeld van de dure cowboy die buiten het systeem zijn gang gaat.
Waar zit de variatie dan wél? Bij de verzekeraars. De ene verzekeraar had een paar jaar geleden 0,5 procent niet-gecontracteerde GGZ in de boeken, de andere bijna 20 procent. Datzelfde aanbod, dezelfde regels. En toch een factor veertig verschil. Dat vertelt je iets. Niet-gecontracteerd werken is geen ziekte die je moet uitroeien. Het is een symptoom. Een symptoom van te lage tarieven, van omzetplafonds met de dreiging van terugvorderingen, en van een administratieve last die behandelaren de praktijk uit jaagt.
Aanbieders kiezen niet voor het gemak voor een leven zonder contract. Ze kiezen ervoor omdat het alternatief, tekenen bij het kruisje van een verzekeraar, hun de ruimte ontneemt om goede zorg te leveren. Wie dat symptoom wegneemt zonder de oorzaak aan te pakken, behandelt de koorts en negeert de infectie.
De rekening komt bij de patiënt en bij de wachtlijst
De GGZ heeft één probleem dat alle andere overschaduwt: de wachtlijsten. De NZa telde eind 2024 bijna 109.000 wachtplekken, waarvan ruim de helft langer wachtte dan de afgesproken norm van veertien weken. Voor élke diagnosegroep wordt die norm inmiddels overschreden.
In die werkelijkheid vervullen niet-gecontracteerde aanbieders een functie die het kabinet lijkt te vergeten: ze zijn het vangnet. Ze nemen mensen aan die bij de gecontracteerde aanbieder niet terechtkunnen, vaak omdat dáár door een omzetplafond een patiëntenstop geldt. Haal dat vangnet weg, en de wachtlijst wordt niet korter. Hij wordt langer. De maatregel die "passende zorg" belooft, dreigt zo precies het tegenovergestelde te bereiken: mensen die zorg mijden omdat ze de keuze niet meer kunnen betalen.
Tegelijk verschuift de macht verder richting de verzekeraar. Wie bepaalt straks welke behandelaar zorg mag leveren, en onder welke voorwaarden? Niet de professional, niet de patiënt, maar de inkoper. Dat is geen detail. Het raakt aan de professionele verantwoordelijkheid van de behandelaar, en daarmee aan de kwaliteit van zorg zelf.
Ja, er is een echt probleem. Dit is niet de oplossing.
Eerlijk is eerlijk: er ís een hoek waar de kosten van niet-gecontracteerde zorg structureel hoger liggen, denk aan delen van de verslavingszorg. Dat verdient aandacht. Maar je pakt een klein, aanwijsbaar probleem niet aan door een generieke maatregel over de hele sector uit te storten. Verzekeraars mógen nu al de doelmatigheid van declaraties toetsen, óók zonder contract. Fraude en overbehandeling kun je gericht aanpakken. Daar heb je geen contracteerplicht voor nodig die de vrije artsenkeuze van álle Nederlanders op het spel zet. Zoals de LVVP het treffend noemt: dit is schieten met een kanon op een mug.
En dan de opbrengst. De geraamde besparing van deze ingreep bedraagt zo'n 150 miljoen euro, een fractie van het totale zorgpakket. Dat is een opvallend kleine prijs om een sector mee te ontwrichten en een grondrecht mee uit te hollen.
Dit is hier eerder gebeurd
Wie denkt dat dit nieuw is, vergist zich. In 2014 lag er een vrijwel identiek plan: minister Schippers wilde artikel 13 inperken. De Eerste Kamer stemde tegen, met 38 tegen en 33 voor, juist om de vrije artsenkeuze te beschermen. Sindsdien heeft de Hoge Raad het zogeheten hinderpaalcriterium, de regel dat een vergoeding niet zó laag mag zijn dat ze een feitelijke drempel opwerpt, keer op keer bevestigd.
Het huidige kabinet is bovendien een minderheidskabinet zonder meerderheid in beide Kamers. De geschiedenis suggereert dat dit plan dezelfde route kan gaan als dat van 2014. Maar daarop vertrouwen is gemakzucht. De sector kan beter nú het gesprek voeren over wat wél werkt.
Maak contracteren aantrekkelijk, niet verplicht
Want dat is de kern. Als zoveel goede behandelaren ervoor kiezen buiten het contract te werken, dan is dat geen bewijs dat ze gedwongen moeten worden. Het is een signaal dat het contract niet deugt.
De oplossing is dan ook niet om niet-contracteren onmogelijk te maken, maar om contracteren aantrekkelijk te maken. Reële, kostendekkende tarieven. Ruimere of afgeschafte omzetplafonds. Minder administratieve ballast: in de GGZ gaat nu zo'n 40 procent van de tijd op aan administratie, terwijl behandelaren 22 procent acceptabel vinden. Alleen al het terugbrengen daarvan zou duizenden voltijdsbanen aan behandelcapaciteit vrijspelen. En een toezichthouder die verzekeraars houdt aan hun zorgplicht, in plaats van behandelaren te straffen.
Dát is passende zorg. Niet de patiënt de rekening sturen voor een probleem dat bij het inkoopbeleid begint.
De minister stelt de verkeerde diagnose. En zoals elke behandelaar weet: een verkeerde diagnose leidt zelden tot de juiste behandeling.



Opmerkingen